vrijdag 15 april 2016

Dof goud



Gijs van der Ham, Dof goud. Ghana en Nederland sinds 1593
[Rijksmuseum Amsterdam: Uitgeverij Vantilt, 2e druk 2016]
176 blz., ill. Kleur. Prijs € 24,50

In Dof goud gaat Gijs van der Ham op basis van voorwerpen uit het Rijksmuseum, maar ook uit andere verzamelingen, in op de lange historische relatie tussen Nederland en Ghana. Van der Ham bespreekt de 400 jaar lange commerciële relatie tussen de twee landen – die begint met de handel in goud, ivoor en grein (een pepersoort) – en uiteindelijk leidt tot de slavenhandel die liep van Afrika naar Amerika (Brazilië en Suriname) en van daaruit weer naar Europa.
Een belangrijk voorwerp dat wordt besproken is een schildpaddendoos. Deze doos, rijkelijk met goud versierd en aangeboden door de West-Indische Compagnie (WIC) aan prins Willem IV, symboliseert de rijkdom die te verwerven was op de Goudkust. Het goud daarvan glanst, maar wie goed kijkt, ziet in dat goud ook slaven afgebeeld, waardoor deze glans in figuurlijke zin dof wordt. Slaven waren niet de reden geweest om in westelijk Afrika handel te gaan drijven. Maar door het bezit van delen van Brazilië en Suriname en de daar ingerichte plantages veranderde dit: slaven konden goed worden gebruikt om het land te bewerken.

In het boeken worden veel attributen besproken: kaarten van het gebied, buitgemaakte trofeeën, speciale geschenken en portretten. Interessant zijn de levens die worden beschreven van Afrikaners die naar Nederland kwamen, zoals dat van de predikant Jacobus Capitein en de KNIL-soldaten Kees Pop en Jan Kooi. Maar ook die van Kwasi Boakye en Kwame Poku, zoon en neef van de koning, prachtig beschreven door Arthur Japin in De zwarte met het witte hart.

Het lukte de WIC nooit de handel op de Goudkust geheel te monopoliseren. Er was te veel concurrentie van Zeeuwse ‘lorrendraaiers’ en van andere Europese landen. Bovendien rezen de kosten steeds de pan uit. Vanwege de slavenhandel werden Afrikanen naar Amerika vervoerd, wonen er nu Surinamers en Antillianen in Nederland en is de samenleving hier, maar ook daar wezenlijk veranderd.


Allard van Wely

donderdag 7 januari 2016

dtb-registers van de zeventiende-eeuwse hervormde kerk in New York / Nieuw Amsterdam


Een interessante bron voor onderzoekers met familieleden die in de zeventiende eeuw naar Nieuw Amsterdam / New York zijn geëmigreerd. Het boek met een omvang van bijna duizend pagina’s, bevat de (Nederlandse) doopregisters van 1639 tot en met het jaar 1697, met de namen van ouders, kinderen en getuigen; de registers van lidmaten (‘ledematen’) van 1649 tot 1701; en de trouwregisters van 1639 tot 1701, waarin ook de voorgenomen huwelijken zijn vermeld. Het boek bevat de volledige teksten van de betreffende registers, waarbij de indeling van de oorspronkelijke lijsten is gevolgd. Er zijn verklarende noten toegevoegd, een Engelse vertaling van de Nederlandse termen, een woordenlijst, een uitgebreide introductie op zaken als het lidmaatschap van de kerk, de kerkelijke doop en het kerkelijk huwelijk en een uitgebreide index op zowel familie- en voornamen als plaatsnamen. Zo’n twintigduizend personen zijn terug te vinden. Behalve voor genealogisch onderzoek is het boek ook interessant als sociaalhistorische bron. Demografische gegevens zijn eruit af te leiden maar ook informatie over de verschillende niet-Nederlandse of Vlaamse plaatsen van herkomst van de immigranten. Het boek Liber A part 1 waar dit boek op aansluit werd in 2009 uitgegeven en bevat de integrale teksten van officiële kerkelijke documenten.


Liber A of the Collegiate Churches of New York. Part 2
Francis J. Sypher jr. red (William B. Eerdmans Publishing Company, Grand Rapids Michigan; Cambridge U.K. 2015)